Mag een toezichthouder voor de raadpleging van het PRK BSN gegevens verwerken en moet een houder daar medewerking aan verlenen?
Ja.
De toezichthouder is gelet op zijn toezichtstaak bevoegd om persoonsgegevens te verwerken.
Op grond van artikel 11 Regeling Wet kinderopvang moet een houder het BSN van de personen die over een VOG moeten beschikken in de administratie van het kindercentrum of gastouderbureau opnemen. Het BSN, een persoonsgegeven, mag alleen verwerkt worden als dit bij wet is toegestaan. Uit artikel 10 Wet algemene bepalingen burgerservicenummer volgt dat toezichthouders Wet kinderopvang bij de uitvoering van hun taak gebruik mogen maken van een BSN.
Een houder moet op verzoek van de toezichthouder de gevraagde gegevens verstrekken. De houder is verplicht om medewerking te verlenen aan het onderzoek van de toezichthouder (art. 5:20 Awb).
De toezichthouder onderzoekt of personen die een VOG moeten hebben, zich hebben ingeschreven in het PRK én of de houder met deze personen in het PRK een koppeling heeft gemaakt. De koppeling gebeurt aan de hand van het BNS. Op grond van artikel 11 van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang is de toezichthouder bevoegd om het PRK te raadplegen.
Relevante wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:11, 5:13 en artikel 5:20
Wet kinderopvang, artikel 1.48d lid 2 en 3, 1.50, 1.56, 1.56b, 1.61 en artikel 1.62 Wko
Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, artikel 10
Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang, artikel 11
Regeling Wet kinderopvang, artikel 11